Koude nachten en lauw bier

Verslag voorjaarstocht 2010 naar Chatham

Olav Groenendijk
Kapriool

 

Een Noordzeekanaal lang
Waar zo’n oersaai Noordzeekanaal niet goed voor is. Na in de afgelopen weken stelselmatig alle lijstjes afgewerkt te hebben ontbreekt het haar aan niets. Zelfs een blusdeken, lampjes in de zwemvesten en een AIS apparaat waren aan boord gesleept zodat voor onze First 32 de ‘herfst in haar leven’ (ze is van ’86) opeens  weer zomer was geworden. Maar in alle rust eens een goede blik werpen op alle opgestuurde documentatie voor de voorjaarstocht, in combinatie met al die prachtige zeekaarten, pilots etc. was er nog niet van gekomen. Een Noordzeekanaal is precies lang genoeg om alles tot je te nemen blijkt wel. Op het moment dat ik mijn hoofd weer buiten de kajuit steek liggen we te wachten voor de sluis bij IJmuiden, klaar voor het ‘magische moment’ waarop het ruikt naar zout, beweegt als zee en klinkt naar meeuwen. Vlak voor de haven nog snel het nieuwe vaantje van de kustzeilers gehesen, ook dat was er nog niet van gekomen. ’s Avonds palaver in een naargeestig sportvisserscafé waar we ons omringd weten door een gemêleerd gezelschap. Doorgewinterde zeeschuimers voor wie het oversteken van de atlantic weinig anders is dan een zondagmiddagtochtje op de Kagerplassen, liefhebbers van zout water die de oversteek van de noordzee vaak genoeg hebben gedaan, maar toch als iets serieus blijven beschouwen en ‘beginners’ die weliswaar de nodige kustzeilervaring hebben, maar nooit 30 uur achter elkaar hebben doorgevaren. Tot die laatste categorie behoren wij en het lijkt me verstandig daar maar geen geheim van te maken. Sterker nog, één van de redenen om met de voorjaarstocht mee te varen is om veel te leren van de anderen en in de relatieve veiligheid van de groep het Grote Avontuur te beleven. Gerard van de Suster Anna neemt de honneurs tijdens de palaver waar omdat Jan Kromhout wegens motorpech niet aan de tocht kan deelnemen. Hij houdt het kort: we gaan. Prima omstandigheden, noordoostenwind, makkie. Op de vraag of je gedurende de tocht bij elkaar in de buurt blijft komt het antwoord dat men elkaar meestal wel weer aan de steiger aan de overkant ontmoet. Ingeborg en ik wisselen een gefronste blik uit…

Licht uit, skipak aan
Op zondagochtend als zelfs de kerkgangers in Spakenburg zich nog een keer omdraaien varen we uit. Prachtig zeilweer waarbij we de 5,5 knoop mooi weten vast te houden en de snelheid van een aantal boten elkaar niet veel ontloopt. Dat geeft ons een gerust gevoel en het is leuk om elkaar zo te zien varen. Zeker het zicht op de totale beauty, een houten one-off koopmansontwerp genaamd ‘Windflower’ is geen straf. We volgen netjes de aanbevolen route noordelijk van de Noord hinder N boei om het drukke gedoe voor Rotterdam te vermijden en genieten met volle teugen. We blijven de hele oversteek bij elkaar in de buurt en samen met de Suster Anna, een Etap 34, de Rianne, een Hallberg Rassy 35 en de Windflower komen we tegen de avond aan in de wateren voor Harwich. Iemand besluit het licht uit te doen en we zeilen een pikdonkere nacht in. Maar dan donkerder,  de maan is deze nacht vermoedelijk op vakantie gegaan naar andere oorden en we verliezen elkaar successievelijk uit het oog. De digitale kaarten op de laptop, aangesloten op GPS en AIS maken het echter totaal overzichtelijk. Onvoorstelbaar wat de techniek in de afgelopen jaren voor ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ik waan me om 3 uur ’s nachts, zeilend tussen de drukke scheepvaart voor Harwich en Felixtowe, als een verkeersleider op Schiphol die op het scherm keurig alle verkeersbewegingen volgt. Ik had niet gedacht dat mijn knutselwerkje van een paar weken terug me zoveel comfort zou geven.  ’s Morgens zien we de Windflower weer opdoemen en gezamenlijk varen we na het ontwijken van een containerknoeperd bij daglicht de River Medway op. De roestende schoorstenen van een scheepswrak steken verwachtingsvol boven water uit als visitekaartje voor de roemruchte historie van deze rivier. Hoewel het beginnetje van de rivier ronduit lelijk is met veel industrie worden we even later getrakteerd op een rustiek meanderend riviertje door het groene landschap. Aan bak- en stuurboord liggen her en der typisch Engelse bootjes aan moorings afgemeerd en begint zowaar het zonnetje te schijnen. We pellen laag voor laag zeilpak, skipak en de fleecetruien af die we de afgelopen 24 uur met liefde hebben gedragen. Het is al enkele weken belachelijk koud geweest met wind uit voornamelijk noordelijke richting. Bij gebrek aan scheepskachel en buiskap besloten we dus letterlijk al onze warme kleren mee te nemen, tot skiwanten aan toe. Toppertje.

Affakkelen en terugbetalen
In Chatham aangekomen uitbundig verwelkomd door de goedlachse en breedsprakige sluiswachter annex havenmeester. Een karikatuur van zichzelf die je meteen helemaal het gevoel geeft dat je in een bijzonder land bent aangekomen. Met veel humor wordt de gemeenschappelijke historie nog eens opgerakeld die volgens de havenmeester dan ook gelijk verklaart waarom de tarieven zo stevig zijn. Eerst een hele Britse vloot affakkelen en nu zeker neuzelen over een paar tientjes! In de luxe haven blijken de meeste voorjaarstochtgangers reeds gearriveerd te zijn. Letterlijk en figuurlijk als ik de grootte van de schepen zo eens bekijk. Op de steiger worden we allen welkom geheten door Michiel Mirandolle van de Raidho en wordt het programma van de komende dagen doorgenomen. Samen met Ingeborg loop ik het stadje in waarbij we ons verbazen over de verpaupering en duidelijk armlastige bevolking. Hoewel we vrezen voor het ergste gaat toch langs de rivier een diepe wens in vervulling: op het terras van een oude pub drinken we in het zonnetje een heerlijke lauwe en doodgeslagen pint bier. Salt & Vinegar chips niet te vergeten. Volgende dag bezoeken we met zijn allen het reusachtige maritieme museum (The Historic Dockyard) waarvoor Michiel, uitstekend georganiseerd, kaarten met korting heeft geregeld. Het blijkt meer dan de moeite waard met een keur aan maritieme zaken zoals bezoek aan een onderzeeër, oude reddingboten en een heuse workshop waarbij enkelen van ons letterlijk de klos zijn als ze moeten meehelpen om natuurtouw te draaien. Ook een gevalletje geschiedvervalsing blijft ons niet bespaard als we de gebroken ketting aanschouwen die Michiel de Ruijter met zoveel bombarie doormidden heeft gevaren. Het lijkt me sterk dat dit hem was, want deze zou mijn dochter straks ook nog wel dragen als ze aan het puberen slaat. ’s Avonds staat een nacht voor anker op  het programma die we met nog een deel van de vloot even laten voor wat het is. Het is er niet warmer op geworden en in plaats van met skipak aan voor anker te gaan bezoeken we samen met Han en Frits van de Windflower een trendy restaurantje vlakbij de haven met teveel keuze en een goede kachel. Een borrel bij de Hallberg Rassy (omgedoopt tot Hallberg Kassie vanwege de overvloed aan opbergmogelijkheden) maakte de dag compleet.

Krakend Kevlar
De volgende dag vertrekken we volgens plan en kan ook onze buurman met de X uitvaren. De combinatie van elektrische lier en kapotte slede werd zijn grootzeil fataal, maar bleek gelukkig door de zeilmaker tijdig gerepareerd te kunnen worden. Na nog een hagelbui in de ochtend worden we daarna getrakteerd op prachtig zeilweer en een zonnetje. Scherp aan de wind koersen we met een mooie snelheid naar de River Crouch waar tientallen zeehonden ons lui verwelkomen. Onze klappende spinnaker verstoort de vredige avondrust en doet enkelen het water in snellen. Nou ja, ‘snellen’ is wellicht een wat ongelukkige woordkeus voor deze onbeholpen beestjes. Verderop op de rivier blijken we niet de enige spinnaker, want er wordt fanatiek deelgenomen aan clubwedstrijden door een groot veld krakend kevlar. Veel van het plaatsje Burnham krijgen we niet te zien. Na een gezellige borrel op de haven vertrekken we de volgende ochtend bijtijds op weg naar Ipswich. We verheugen ons erg op de beroemde Orwell rivier en vragen ons hardop af welke van de drie uiteindelijk de mooiste zal zijn: Medway, Crouch of Orwell?

Invasie op de Orwell
Met weinig wind varen we zoetjes tussen alle zandbanken door en zijn blij met de aanwijzingen uit het vaarplan. We varen op plekken die ik op de Waddenzee vooral probeer te mijden, maar die prima begaanbaar blijken te zijn. In de namiddag trekt de wind aardig aan tot een kleine vijf als we aankomen bij de drukbevaren monding van de Orwell. De lelijke kades en kranen van Harwich en Felixstowe weten de prachtige rivier er achter goed te verhullen. En tsja, als je echt niet meer weet wat je met je lichtschepen moet doen, dan leg je ze pontificaal middenin de rivier neer natuurlijk. Met wederom de spinnaker op scheuren we de Orwell door, waarbij al onze verwachtingen worden waargemaakt. Geweldig, glooiende heuvels, groen, pittoreske huisjes en…overal Nederlanders. Goed, we wisten dat het een populaire bestemming was, maar dit lijkt meer op een moderne variant van de invasie van De Ruijter. Behalve dat nu alle Britse schepen gespaard blijven dan. Het blijkt ook niet normaal te zijn: in het kader van de North Sea Regatta is er een wedstrijd aan de gang met heel veel deelnemers die de volgende ochtend verder varen. In Ipswich liggen we midden in het stadje en haasten we ons voor de traditionele pint met lauw-bier-zonder-schuim. Misschien wel de laatste voordat we weer vertrekken naar de overkant. ’s Avonds worden we door de vereniging gefêteerd op een prima verzorgde Chinese maaltijd. Een toffe avond waarbij het gemêleerde gezelschap toch ook weer een treffende gelijkenis heeft als het gaat om een soort nuchtere passie voor varen op zee. We trekken de conclusie dat de kustzeilers een soort subcultuur vormen binnen het Nederlandse zeilgebeuren waar we ons bij thuisvoelen.

Jeuk aan de retourleiding
Op vrijdag varen we gelijk op met de Rianne en motoren de rivier weer af. In de kajuit ruik ik diesel en ontdek dat de retourleiding een beetje lekt. Technisch als ik ben draai ik de moer een slagje aan, waarna de dieselolie om mijn oren sproeit. ‘Zet dat ding uit!’ schreeuw ik naar boven, en kundig parkeert Ingeborg de boot exact bij een mooring, uitgerekend  pal voor de Butt & Oyster. Het moest zo zijn, wat is er nu echter dan aan een mooring liggen voor deze beroemde kroeg. Onze vrienden van de Rianne bieden assistentie. Betere hulp konden we niet krijgen: Savio is vliegtuigtechneut en Matthijs blijkt jarenlang op de grote vaart dieselmotoren uit en in elkaar te hebben geschroefd. Tsja, het motortje heeft een beetje jeuk aan zijn retourleiding, maar dat lossen we met een ‘helly coil’ zo op. Na een bezoekje aan een werkplaats een stukje verderop en een geringe £10 lichter varen we een uurtje later weer verder met een perfect gerepareerde motor. Wie had dat gedacht toen ik onder een douche van dieselolie ieder worst case scenario de revue liet passeren?

De reis of de bestemming?
En toen hadden we nog de mazzel van de week: op de heenweg voeren we met schitterende noord-noordoosten wind naar Engeland om nu, een klein weekje later met noordwesten wind weer terug te varen. Wat een geluk! Als iedere oversteek zo is teken ik ervoor. Met rustig weer varen we over een drukke Noordzee terug en hebben wederom veel plezier van laptop en AIS. Toch opletten geblazen, ondanks de enorme ruimte  doorkruisen we ergens midden op zee een wedstrijdveld en moeten nog uitwijken ook. Efin, hebben we wat te doen. Zeezeilen blijkt voor Ingeborg ultiem genieten van de reis en voor mij naast zalig zeilen een oefening in geduld op weg naar een bestemming. Onder spinnaker varen we de laatste mijlen naar IJmuiden en liggen in de sluis met de trouwe Suster Anna. Een onvergetelijke ervaring waarbij alle verwachtingen zijn uitgekomen, met complimenten voor de organisatie die tot in detail alles heeft gepland en geregeld.

 
Over deze website:
Heeft u vragen over of suggesties voor deze website, stuur dan een e-mail naar Jan Kolthof.